Werk
- 1991
- grafiet op papier 2 werktekeningen voor Gutter Splash Two Corner Cast
- elk 20,5 x 27 cm
- 1991.RS.01, SCHENKING KUNSTENAAR
- 1984
- seriegrafie met paintstick op papier, geplakt op linnen
- 155 x 140 cm
- 2010.RS.05, SCHENKING IJ.S.W. DE WILDE-REINHOLD EN EDUARD DE WILDE
- 1984
- serigrafie met olieverfstift op papier
- 194 x 108 cm, art.proof 2/5
- 1994.RS.03, PARTICULIERE SCHENKING
Toen beeldhouwer Richard Serra in 1993 werd gevraagd in welke richting zijn werk zich zou ontwikkelen, antwoordde hij lachend: “Up and down and sideways. And in between.” Die opmerking vatte zijn oeuvre treffend samen. In bijna zestig jaar heeft Serra voortdurend gezocht naar nieuwe sculpturale vormen, hun relatie tot de omgeving en de fundamentele eigenschappen van materialen. Hoe blijven zware stalen platen in balans? Wanneer doet zwaartekracht zijn werk, en valt iets om? Welke rol spelen massa, gewicht en plaatsing voor de vervaardiging van sculpturen? Hoe verandert een kunstwerk je ervaring van je plek in een ruimte?
Aanvankelijk werkte Serra onder invloed van minimal art en process art met rubber, lood en andere industriële materialen. Hij stelde in 1967-1968 een lijst op met werkwoorden (Verb List) die elementaire artistieke handelingen beschreven, zoals to tear, to cut en to splash. Deze paste hij nadien in zijn werk steeds weer bleef toe, zoals in zijn permanente Gutter Splash Two Corner Cast in het museum. Vanaf de jaren zeventig verschoof Serra’s focus naar staal, het materiaal dat zijn oeuvre definieert. Massieve, zelfdragende platen werden geplaatst, niet gelast, waardoor ze zowel balans als instabiliteit oproepen. In enorme tekeningen als het werk Olmec in de collectie van het museum probeerde hij eenzelfde ervaring te bereiken.
Het resultaat is imposant werk dat is geworteld in het industriële tijdperk, negentiende-eeuwse bruggen en wolkenkrabbers van staal die schijnbaar achteloos ontstonden. Vanaf de jaren negentig werden Serra’s sculpturen vloeiender en ruimtelijker. In spiraalvormige installaties onderzoekt hij hoe gebogen staalplaten beweging, perspectief en lichamelijke ervaring beïnvloeden.
Serra waarschuwde: kunst is zoals hij zelf zegt “purposefully useless”. Je ervaart een sculptuur, je gebruikt hem niet. Je gaat er fysiek mee om, bijvoorbeeld doordat je erdoorheen kan wandelen. In stedelijke ruimtes roepen zijn stalen sculpturen soms felle reacties op. Tegenstanders zien ze als onaantrekkelijk, voorstanders prijzen hun dynamiek en industriële schoonheid. Hoe dan ook: Serra’s vormen versterken het bewustzijn van de omgeving.