Het Hooghuys (Maar wie ik ben gaat niemand wat aan)

Marlene Dumas
Jaar
1990-1991
Materiaal
olieverf op doek
Afmeting
36 delen, elk 60 x 50 cm geïnstalleerd 370 x 310
Collectie
2017.LB.MD.16, LANGDURIG BRUIKLEEN VAN GGZ BREBURG

De Black Drawings van Marlene Dumas kregen begin jaren negentig een pendant in de geschilderde portrettengalerij Maar wie ik ben gaat niemand wat aan. De serie werd gemaakt in opdracht van de kunstcommissie van GGZ-instelling ’t Hooghuys in Etten-Leur en is een langdurige bruikleen van GGz Breburg aan De Pont en Museum Het Dolhuys (nu Museum van de Geest).

De reeks omvat 36 schilderijen van 60 × 50 cm, gerangschikt in zes rijen van zes. Tussen de portretten van cliënten en medewerkers verschijnen ook huisdieren, knuffels, de maan, een gedicht van Jan Arends en een afbeelding van rockster Jim Morrison van The Doors.

Het project begon in 1989, kort na de geboorte van Dumas’ dochter. Tijdens meerdere bezoeken aan ’t Hooghuys fotografeerde ze bewoners met een Polaroidcamera: telkens één foto voor hen en één voor zichzelf. Deze wederkerigheid weerspiegelde het uitgangspunt van de opdracht, waarin ontmoeting en gelijkwaardigheid centraal stonden. Een groep bewoners bracht zelfs een bezoek aan Dumas’ woonboot in Amsterdam.

Uit de foto’s ontwikkelde Dumas empathische portretten die de grenzen tussen patiënt, medewerker en kunstenaar doen vervagen. Ze wilde, in haar eigen woorden, “mensen afbeelden in hun complexiteit en nooit in hun totaal op te sommen identiteit.” De gelijkwaardige opstelling van de werken suggereert een gemeenschap waarin hiërarchie oplost. De kikker rechtsboven verwijst mogelijk naar het sprookje waarin een kus een kikker in een prins verandert – een beeld van transformatie en hoop.

Het opgenomen gedicht van Jan Arends – “Ik / Ik / ben niet bang / voor wat er / zal gebeuren...” – resoneert met Dumas’ thematiek van kwetsbaarheid, identiteit en sterfelijkheid. Arends verbleef zelf in psychiatrische klinieken en pleegde in 1974 zelfmoord. Portretten herinneren ons ook aan onze eigen sterfelijkheid, schrijft Dumas in haar aantekeningen bij een foto van de dichter: "Misschien is kunst niet meer dan een hulpmiddel om ons te helpen de dood te accepteren."