Moritz (863-1)

Gerhard Richter
Jaar
2000
Materiaal
olieverf op doek
Afmeting
51 x 46 cm
Collectie
2001.GR.06

Wanneer Richter in 1961 vanuit Oost-Duitsland naar het westen komt, reageert hij met 'kapitalistisch-realistische' schilderijen ironisch op zowel de officiële Oost-Duitse kunst als de door media gedomineerde westerse massacultuur. Hij baseert zijn werk op foto's van alledaagse onderwerpen, die hij in de loop der jaren bijeenbrengt in zijn Atlas. De vroegste schilderijen vertonen verwantschap met de Pop Art, maar Richter maakt ze bewust onscherp door er met een kwast of spatel over te vegen — zo verschuift de aandacht van het onderwerp naar de wijze waarop het is weergegeven.

Moritz, een babyportret van de zoon van de kunstenaar, is een treffend voorbeeld. Richter maakte twee versies: de kleinste is realistischer, de grotere minder uitgewerkt en daardoor abstracter. Moritz lijkt net gegeten te hebben en kijkt je met grote ogen aan – een tafereel dat in miljoenen fotoalbums terug te vinden is. Het schilderij ademt een ontroerende intimiteit, maar getuigt tegelijk van een virtuoze beheersing van de verf: in de fluweelzachte babyhuid, de licht-donkerverhoudingen en het glinstereffect van de lepel. Met deze werken toont Richter op meesterlijke wijze de blijvende kracht en betovering van de schilderkunst.

Richter was al in 1964 begonnen met het naschilderen van oude familiekiekjes. Waar Britse en Amerikaanse popartkunstenaars kozen voor sensationele mediabeelden, zocht hij juist het vertrouwde en alledaagse op. Vanaf de jaren zeventig schildert hij ook zijn eigen familie, naar foto's die hij beschouwt als persoonlijke devotiebeelden die de herinnering aan een persoon levend houden. Voor Richter is de familie een manier om de werkelijkheid dichtbij huis te onderzoeken. Door ze onscherp weer te geven, benadrukt hij dat zelfs de mensen die we het beste kennen in een schilderij altijd een beetje mysterieus blijven.