Jaar
2003-2004
Materiaal
was, hars, metaal, 2 vitrinekasten
Afmeting
1: 252,5 x 194,7 x 93 cm 2: 253 x 194,7 x 95 cm
Collectie
2005.BDB.16-1 2005.BDB.16-2

Het monumentale werk Eén geldt als een sleutelstuk in het oeuvre van De Bruyckere. Het bestaat uit twee antieke vitrinekasten met in iedere kast een lichaam van was, hars en textiel. Ze lijken gevangen in een toestand tussen leven en dood, tot stilstand gekomen in een laatste rustplaats. De ene figuur keert de rug naar de kijker, alsof ze voor straf in de hoek staat. De ander doet denken aan twee lichamen die volledig in elkaar opgaan: intiem en ingetogen. De weerloze vormen belichamen een herkenbaar, menselijk lijden. 

De glazen kast doet denken aan museumkasten voor opgezette dieren of houders voor relikwieën, tegelijk scherm en toevluchtsoord. Het houdt je op afstand én trekt je aan. Het werk lijkt een poging om pijn te conserveren of met zorg op te bergen. De verouderde vitrines dragen – net als mensen – littekens van de tijd. Door ze te hergebruiken neemt De Bruyckere de geschiedenis van iemand anders mee in haar werk.

Eén was in 2005 het hoogtepunt van de gelijknamige tentoonstelling in De Pont Museum. Binnen haar oeuvre markeert het een overgang naar volledig naakte, amorfe vormen – universeler en abstracter. De titel verwijst naar het samenvoegen, maar die verbondenheid heeft ook een keerzijde, want de lichamen kunnen alleen worden losgemaakt door een gewelddaad die ze allebei verscheurt.

De Bruyckere’s werk staat in de lijn van Francis Bacon, Kiki Smith en Louise Bourgeois, kunstenaars die het lichaam inzetten als drager van existentiële thema's, om kwetsbaarheid en lijden zichtbaar te maken. Tegelijk klinkt de vanitas-traditie door: de dood als onderdeel van het leven. De breekbare was waarmee ze de beelden maakt versterkt die connotatie met tijdelijkheid. Het oppervlak is tot in detail bewerkt. Elke rimpel draagt sporen van een geleefd leven – een herinnering aan wat het betekent om mens te zijn.