Michaël de Kok

Podiumzaal

10 nov 2018 - 20 jan 2019

Michaël de Kok (1958 Hilvarenbeek) schildert landschappen. Toch is dit niet het eerste waar je aan denkt als je in de podiumzaal zijn tentoonstelling met recente schilderijen bekijkt. De meeste werken bestaan uit twee ogenschijnlijk monochrome kleurvlakken naast elkaar. Ieder spoor van figuratie ontbreekt. Ook de horizon - de lijn die land, water en lucht van elkaar scheidt - is uit zijn landschappen verdwenen. Of heeft hij het werk een kwartslag gedraaid?

Sinds de uitvinding van het landschap als zelfstandig genre in de schilderkunst is het een onuitputtelijke bron van inspiratie en plezier. In de zeventiende eeuw waren het de Hollandse meesters die als eersten hun omgeving gingen vastleggen op schilderijen vol nauwkeurig geobserveerde details. Maar hoe realistisch het ook allemaal leek, de voorstelling vormde zelden een topografisch exacte weergave van een bepaalde plek. De landschappen van De Kok zijn gebaseerd op herinneringsbeelden - een observatie of ervaring vertaald in verf. Wie aan hem vraagt waar hij iets geschilderd heeft, krijgt steevast het laconieke antwoord: ‘in mijn atelier.’

Niet dat hij erg geheimzinnig doet over zijn inspiratiebronnen. Hij houdt van wandelen met zijn hond in de omgeving van zijn woonplaats Tilburg, maar ook de ruige, verlaten berglandschappen van de Spaanse Pyreneeën trekken hem aan. En het wisselende licht van de seizoenen heeft invloed op zijn werk, zoals het gedempte licht van de herfst bijvoorbeeld en de scherpe kleurcontrasten in de winter.

Het kijken naar en het beleven van een concreet landschap vormt aanleiding tot schilderen. Het gaat De Kok om het verbeelden van de herinnering aan die ervaring. In een lezing noemde de Amerikaanse kunstenaar Agnes Martin (1912-2004), bekend om haar serene rasterschilderijen in lichte kleuren, de herinnering “meer bevredigend en verhelderend dan de oorspronkelijke ervaring. In feite is het de enige manier om je eigen respons helemaal te leren kennen.” Het geheugen is volgens haar van onschatbare waarde.

Op zijn zoektocht naar de essentie van een landschapservaring verdwenen gaandeweg alle narratieve elementen uit de schilderijen van Michaël de Kok. Zoals de eenzame wandelaar, een bouwvallige loods of een in onbruik geraakt zwembad. Uiteindelijk ontstaat er een abstract spel van licht en kleur; een wisselwerking tussen absorberende en stralende kleurvlakken zonder dwingende horizon. Tegenover de Belgische kunstcriticus Eric Rinckhout vatte hij zijn werkwijze zo samen: “Tijdens het schilderproces is er een moment waarop het geschilderde beeld het beeld van de herinnering verdringt, het reële van de herinnering plaatsmaakt voor de suggestie van het geschilderde.”