Fiona Banner

Runway (AW 17)

29 apr - 27 aug 2017
werk in collectie

Tegenstellingen spelen in het werk van de Britse kunstenaar Fiona Banner (Merseyside, 1966) een belangrijke rol. Het gaat daarbij om de verhouding tussen woord en beeld, mens en machine en tussen de fysieke en de virtuele wereld. Haar werk bestaat uit sculptuur, tekeningen, video-installaties, performances, affiches en boeken. De tentoonstelling in De Pont is Banners eerste grote presentatie in Nederland.

In de grote hal van De Pont creëert Fiona Banner een theatrale mise-en-scène waarin reusachtige rotorbladen van helikopters en oude onderdelen van militaire vliegtuigen nietsvermoedend de hoofdrol spelen. Door de manier waarop ze deze objecten naar haar hand zet, treedt hun latente antropomorfe karakter aan het licht: Gazelle-rotorbladen doen denken aan totempalen, een paar Harrier-neuskegels suggereren borsten en ergens anders duiken gezichten op door het bijeenplaatsen van kegelvormige onderdelen van Jaguar-vleugeltanks met daarop abstracte grafiettekeningen in verschillende lettertypen.
Al heel lang is Banner gefascineerd door gevechtsvliegtuigen, die ze tegelijkertijd prachtig en afschrikwekkend vindt, haast ‘prehistorisch, voordat er woorden waren’. De constante machtsstrijd tussen woorden en hun betekenis vormt de kern van haar conceptuele aanpak. Het toont hoe historische gebeurtenissen in de loop der tijd in fictie veranderen en conflicten door de populaire cultuur een mythische status krijgen.

De titel van de tentoonstelling, Runway (AW17), verwijst zowel naar landingsbanen als naar modeshows (Autumn/Winter 2017). Met die dubbele betekenis trekt Banner parallellen tussen het haikutheater van de catwalk en het theater van de expositieruimte. Vanuit een belendende zaal klinkt het geluid van een drone vermengd met een tribale beat. De video-installatie Phantom (SS16) laat van de Drone Phantom slechts de schaduw van de camera zien, die de lens op een tijdschrift heeft gericht. Dat fladdert bij de nadering van de helikopter heen en weer door de wind van de propellers. De missie van de drone is gedoemd te mislukken, het blad blijft onleesbaar. Aan beide kanten van het projectiescherm steekt een lang verhoogd plankier naar voren, dat aan modeshows doet denken. Deze catwalk is bedekt met een tekening van een krijtstreeppatroon dat doet denken aan de markeringen op een landingsbaan, een toneel waar de hoofdrolspelers van de grote ruimte zouden kunnen optreden.
De prooi waarop de Phantom als een havik jaagt, is Banners recente publicatie Heart of Darkness, een geïllustreerde herdruk van de novelle van Joseph Conrad uit 1899 die gaat over handel en corruptie en over onze eigen conflicten en verlangens. Zittend op een boot die bij Londen in de Theems voor anker ligt, vertelt de hoofdpersoon Marlow over zijn reis naar de binnenlanden van Congo op zoek naar Kurtz, een ivoorhandelaar die geheel van God los is en zijn arbeiders in zijn ban heeft en tot slaven heeft gemaakt. Naast deze tekst zijn beelden van de Londense City geplaatst die Banner liet maken door Magnum-fotograaf Paolo Pellegrin met het verzoek dit financiële wereldcentrum als conflictgebied in beeld brengen.

De getekende krijtstreeppatronen fungeren in het boek als metafoor voor het leger machtige mannen-in-krijtstreeppak dat daar de dienst uitmaakt. Hetzelfde motief keert terug op twee neuskegels van Harrier-gevechtsvliegtuigen. De titel van dit werk in de collectie van De Pont, Nose Art (2015), verwijst naar een oude gewoonte van piloten om hun toestellen te beschilderen met populaire iconen of pin-ups.
Karakteristiek voor Banners werk is volgens haarzelf een ‘gestoorde relatie met het beeld’. Dat begon al toen ze tijdens haar studie aan het Londense Goldsmiths College vastliep bij het schilderen van beelden uit Hollywood-films als Top Gun. Ze probeerde het probleem te omzeilen door de beelden en filmverhalen in woorden te beschrijven. Die kregen de vorm van ‘wordscapes’, transcripties van films als enorme cinemascope-tekeningen. Bij de nominatie voor de Turner Prize in 2002 bestond haar omstreden bijdrage uit een beschrijving van de pornofilm Arsewoman in Wonderland. De grote glazen steiger in de collectie van De Pont, Work 1, belichaamt een breekbare herinnering aan het aanbrengen van dit soort reusachtige wandstukken.

Banners relatie tussen het virtuele en het fysieke is alomtegenwoordig. Ze noemt woorden vaak haar medium. Bestaande lettertypen die ze veel in haar werk gebruikt, heeft ze gecombineerd in het ontwerp van een nieuwe drukletter, Font, die iedereen gratis kan downloaden (www.fionabanner.com). Gruwelbeelden uit oorlogs- en uit pornofilms appelleren aan dezelfde primitieve instincten. Oorlog ontstaat wanneer communicatie en woorden tekortschieten. De tentoonstelling ademt dezelfde sfeer van dreigende invasie die de Europese politiek nu in zijn greep houdt, maar er zit ook iets speels in. Betekenissen van woorden en kunstwerken veranderen. Ze zijn niet in steen gebeiteld. Banner: ‘Het werk is niet statisch en dat is wat me in het kunstenaar-zijn werkelijk interesseert.’