Rob Birza

cosy monsters from inner space

27 juni - 25 oktober 1998
werk in collectie

Alhoewel er een duidelijke thematische verwantschap met de schilderijen bestaat, kunnen de nieuwe tekeningen van Rob Birza niet als ontwerpen of voorstudies beschouwd worden. Binnen zijn veelzijdige productie hebben de werken op papier altijd al een belangrijke en zelfstandige plaats ingenomen. Opvallend is dat de tekeningen dit keer allemaal met houtskool zijn gemaakt en dat kleur ontbreekt. Birza is vaak geroemd om zijn heldere en rijke kleurgebruik. Nu is alles in zwart-wit maar heeft Birza voor de gelegenheid wél de wanden van de kabinetten een kleur gegeven.

De tekeningen tonen een wonderlijke stoet van griezels en gedrochten die ons vanaf het papier begluren en bekruipen. Enge koppen, holle ogen, grijpgrage klauwen en opengesperde muilen; we bevinden ons in een waarachtig `house of horrors'. De tekeningen zijn met vaart en felheid gemaakt en vanuit een - zeer toepasselijke - `horror vacui' zijn de bladen driftig volgetekend. De kunstenaar heeft zich voor deze griezelparade laten inspireren door populaire horror-strips met bloedstollende titels als eXtreme destroyer, Evil Ernie en Birthquake. Tegelijk heeft hij het legioen van zombies en freaks losgemaakt van de kenmerkende comics-verhaallijnen: de gebruikelijke tekstwolken en angstkreten in strip-typografie zijn achterwege gelaten en de strakke strip-tekenstijl is vervangen door de meer academische en studieuze houtskoolschets. Hierdoor worden de bizarre monsters en de morbide humor van de oorspronkelijke griezelverhalen gerelativeerd en worden de beangstigende beelden teruggebracht tot voorstellingen die eerder inspelen op de verbeeldingskracht dan op angst. Binnen het domein van de kunst verliezen de monsters hun bloedbanden met strips, animatiefilms en computerspelletjes en plaatsen zij zich veeleer in de fantastische traditie van kunstenaars als Jeroen Bosch, Pieter Breughel en, meer recent, James Ensor .

Rob Birza heeft ook in vroeger werk al laten zien dat hij gefascineerd is door allerlei populaire cultuuruitingen, gebruiksvoorwerpen en goedkope materialen. `High art' en `low art' worden in zijn werk bij voortduring door elkaar geschoven en omgekeerd. Beeldcitaten kunnen zowel naar de kunstgeschiedenis als naar strips en tekenfilms verwijzen: voor Birza is het allemaal materiaal om tot nieuwe beelden te komen. De vrijheid van toeëigening is voor hem geen postmodernistisch principe, maar een artistieke en mentale noodzaak om innerlijke blokkades te overwinnen. Hiermee valt niet te schipperen; het is alles of niets. Dezelfde vrijheid neemt hij voor zijn materiaalgebruik en voor de artistieke experimenten die hij voortdurend aangaat. Wat uiteindelijk telt zijn de beeldende kwaliteiten van het werk, maar de wegen die naar een goed kunstwerk leiden zijn divers en altijd weer nieuw. Om zijn werk energiek en vol bezieling te houden, buigt Birza telkens weer verwachtingen om en stelt hij betekenissen bij. De begrippen mooi en lelijk worden hierbij gerelativeerd. Zo konden zijn prachtig geschilderde bloemstillevens uit de serie Power Flower Portraits net zo goed over pijn en agressie gaan als over schoonheid en levenslust.

De nieuwe monsters en griezels vinden hun afstamming ergens tussen Jeroen Bosch en Walt Disney, maar zijn tevens de projecties van eigen innerlijke angsten en spookbeelden. Als in een magische bezwering heeft de kunstenaar zich in het tekenen bevrijd en is hij er in geslaagd ook hier tot een omkering te komen; de monsters blijken niet meer zo heel eng en bedreigend. Ze zijn ook wel een beetje lief en gezellig.