Peer Veneman

Zeven deugden en enkele heiligen

12 sept - 1 nov 2009

Peer Veneman (Eindhoven 1952) is vanaf het begin van de jaren tachtig een uitgesproken representant van de Nederlandse beeldhouwkunst. De sculpturen van het modernisme waren destijds letterlijk uit beeld verdwenen. Er was zelfs geen sokkel meer over. Alternatieven zoals de performancekunst losten zichzelf ook op. Voor een nieuwe generatie beeldhouwers zat er niets anders op dan na te gaan hoe de sculptuur zichzelf opnieuw kon uitvinden. Peer Veneman heeft dat met verve gedaan.

Inmiddels zijn we dertig jaar verder en Peer Veneman heeft een indrukwekkend oeuvre tot stand gebracht. Een constante factor daarbij is, dat hij in feite nooit twee keer hetzelfde doet. Zelfs niet in een en dezelfde sculptuur. Alle elementen waaruit een kunstwerk bestaat, bekijkt hij van voren af aan. Als beeldhouwer begint het voor hem met een vorm, maar die heeft ook een oppervlak en bestaat in een ruimtelijke constructie. Sculptuur (vorm), schilderkunst (het oppervlak) en architectuur (ruimtelijke constructie) wil hij opnieuw van inhoud voorzien. Zijn beelden van zeer uiteenlopende materialen zijn daarom vrijwel altijd beschilderd of op een andere wijze van een bewerkte huid voorzien en ze staan in een ruimtelijke verhouding tot elkaar, zelfs als het beeld op zichzelf staat. Een van zijn vroege beelden - Wie schön ist die Natur  - is een goed voorbeeld van die werkwijze. Het is een half abstracte, half figuratieve sculptuur waarin de beeldhouwkunst zichzelf reflecteert in een spiegel die de natuur ons voorhoudt. Het beeld ziet eruit als een plantachtig insect dat met zijn twee verschillend geslepen, rode facetogen naar zichzelf kijkt.
Het zijn niet alleen de formele aspecten van de beeldende kunst die door Veneman in zijn werk worden bevraagd. Ook zijn inhoudelijke intenties worden aan dat procédé ondergeschikt gemaakt. De onderwerpen die nu in de Projectzaal van De Pont door hem naar voren worden gebracht laten dat duidelijk zien. De katholieke beeldtaal die hij van huis uit heeft meegekregen zweert hij als eigentijdse kunstenaar overeenkomstig de tijdgeest van de jaren tachtig af. Desondanks is hij zich ervan bewust dat hij is voorzien van culturele bagage die hij niet naast zich neer kan leggen door het afzweren van het geloof. Doordat onderwerpen als zonde en deugd in de morele en ethische dilemma’s van zijn tijd zich blijven aandienen, gaat hij na hoe cultureel bepaald zijn opvattingen daarover in feite zijn.
Tien jaar geleden begon hij aan een serie sculpturen van De zeven hoofdzonden. Hij toonde ze in 1999 in Galerie Onrust in Amsterdam. Deze typisch Middeleeuwse thematiek van de innerlijke zielenstrijd van de mens, werd door Veneman vanuit de bestaande religieuze beeldtaal omgezet naar algemeen menselijk overwegingen ten aanzien van de vormen die het kwaad kan aannemen. De zeven, iets meer dan een meter hoge, brozen sculpturen, hebben daardoor een onafhankelijke positie in de kunstgeschiedenis.  Opvallend is dat in deze beelden sprake is van een grote ernst, terwijl Veneman die wel lichtvoetig ter sprake brengt.
Die lichtvoetige ernst is in de presentatie Zeven deugden en enkele heiligen nog nadrukkelijker te ervaren. Veneman baseerde zich hiervoor op het boek ‘Symboliek en Iconographie der Christelijke Kunst’ van J.J.M. Timmers uit 1947. Daarin staan de personificaties in de kunst van de zonden en de deugden nauwkeurig beschreven. 
In tegenstelling tot de zeven Hoofzonden zijn de sculpturen van de zeven Deugden niet eerst uit klei opgetrokken. De beelden zijn voordat ze in brons werden gegoten in piepschuim geconstrueerd. Een traditionele ledenpop vormde het uitgangspunt voor de opbouw van ieder beeld. Net als de zonden, zijn de deugden niet manshoog, maar modelmatig van grootte. 
Hoewel Veneman gebruik maakt van een gekende christelijk iconografie, zijn het vreemde beelden. Dat komt doordat hij sommige attributen uit de christelijke beeldtraditie weglaat en andere benadrukt, maar vooral door de openhartigheid waarmee hij laat zien hoe ieder beeld is opgebouwd. Alle hulpmiddelen die hij heeft gebruikt, zoals plakband en verbindingsmaterialen, zijn tot in minutieuze details zichtbaar.
In de eerste druk van het boek van Timmer staat nog dat de personificatie van ‘Gerechtighied’ zit op het voeteneind van een bed. In een herdruk is die specificatie verdwenen. Veneman geeft ‘gerechtheid’ dan een extra dimensie door dat bed toch te gebruiken. Hij hanteert ook vrije interpretaties zoals de beschrijving van ‘Voorzichtigheid’ waarin sprake is van een personificatie van twee of drie gezichten. Bij hem zijn dat twee losse hoofden geworden. Hij benadrukt dat dergelijke keuzes vaak triviale beslissingen zijn en dat het voor hem niet allemaal zo zwaarwichtig is.
Veneman combineert zijn Deugden met reliëfs van vier Heiligen, een verwant thema omdat Heiligen vaak staan voor bepaalde deugden en goede werken. Voor de heiligenbeelden baseerde hij zich op borduurpatronen die hij op de hobbywebsite ‘patroonheiligen in kruissteek’ vond. De simpele kruissteektechniek maakte hij sculpturaal door de gegeven kleurstellingen om te zetten naar hoogteverschillen. Opnieuw bouwde hij zijn beelden op met piepschuim die hij in gelijke blokjes had gesneden. Deze reliëfs hebben de vorm van een levensgrote maquette. Zo is zijn Sint Joris 280 x 220 x 23 cm. De patroonheiligen vormen zo in dubbel opzicht een voorbeeld waar we ons op kunnen richten. We kijken naar met acryl beschilderde reliëfs in een rekenkundige structuur die Veneman een onverwachte uitkomst heeft gegeven. In zijn werk ontdekt hij zijn eigen wetmatigheden. De gegevens uit het verleden zijn opnieuw geordend voor de goede verstaander.

Kunstenaarsgesprek

Op zaterdag 3 oktober, auditorium, van 14.30-16.00 uur: Alex de Vries in gesprek met Peer Veneman. Toegang gratis voor museumbezoekers.