Mark Wallinger

MARK

8 okt 2011 - 19 feb 2012
werk in collectie

Het oeuvre van de Engelse kunstenaar Mark Wallinger (1959) is heel verscheiden. Hij is opgeleid als schilder, maar gebruikt ook fotografie, video, performance, sculptuur en installaties als medium. Daarnaast speelt de taal een belangrijke rol. In zijn werk stelt Wallinger sociale, politieke en religieuze kwesties aan de orde. Dat doet hij met een vaak opmerkelijke lichtheid. Met het spraakmakende State Britain won hij in 2007 de Turner Prize. Dit werk met een lengte van 43 meter vormt nu de kern van de tentoonstelling in De Pont - zijn eerste in Nederland.

In State Britain rijgen honderden spandoeken, oorlogsfoto’s, protestborden, bebloede kledingstukken, knuffelbeertjes en vlaggen zich dwars door de zaal aaneen tot een lang lint. Het werk is een minutieuze reconstructie van de ‘klaagmuur’ waarmee vredesactivist Brian William Haw (1949-2011) zijn jarenlange protest op het Parliament Square in Londen kracht bijzette. Toen Wallinger dit meterslange protest begin 2006 op foto vastlegde, bivakkeerde Haw al vijf jaar lang onafgebroken tegenover het Palace of Westminster om aandacht te vragen voor de humanitaire ramp die de sancties en de oorlog in Irak teweeg brachten.

Het jaar erop stelde Wallinger State Britain in de Duveen Gallery van Tate Britain tentoon. Van een aanklacht tegen de oorlog in Irak was de zorgvuldig nagemaakte versie van de protestmuur een kunstwerk geworden dat niet alleen toen, maar ook nu nog vele vragen oproept omtrent functie en betekenis. Waarin verschilt deze, tot in detail en in dezelfde materialen uitgevoerde kopie van het origineel? Functioneert het nog steeds als aanklacht tegen de oorlog of is het een monument geworden vóór de vrije meningsuiting? Kan een kunstwerk samenvallen met een maatschappelijke uiting van protest of dient het een ander doel en welk dan?

Kenmerkend voor het werk van Wallinger is de verankering in de realiteit en de  maatschappelijke kwesties die het aan de orde stelt. Pamflettistisch wordt z’n kunst echter nooit. Door hun dubbele bodems en ongerijmdheden onttrekken de werken zich aan een eenduidige interpretatie. In I’m Innocent (2010) zijn twee reproducties van het pauselijke portret van Velazquez, dat ook Francis Bacon zo fascineerde, aan weerszijden van een ronddraaiende aluminiumplaat bevestigd. In een continue beweging - een van de twee afbeeldingen is in spiegelbeeld- draait de kerkvader rond en kijkt keer op keer wantrouwig op de toeschouwer neer. In een tijd waarin steeds nieuwe onthullingen het gezag van de katholieke kerk zwaar onder druk hebben gezet, lijkt het niet vergezocht om het draaien van de kerkvader figuurlijk op te vatten en de titel te interpreteren als een uiting van hypocrisie en kerkelijke (on)macht. Er is echter nog een verklaring van de titel mogelijk en die doet evenzeer recht aan de feiten. De geportretteerde paus ís Innocent: Paus Innocentius X.

Ook als het om zijn eigen naam gaat, weet Wallinger optimaal gebruik te maken van de meerduidigheid ervan, zoals in de bijna twee uur durende video Mark en in de intrigerende installatie According to Mark. Afhankelijk van de verklaring van de titel kantelt de interpretatie van de honderd verschillende en in rijen opgestelde stoelen, die op de rugleuning zijn gemerkt met de letters MARK en visueel met elkaar zijn verbonden door een bundel witte koorden, die zijn verdwijnpunt - of is het de oorsprong? - heeft in een hoger gelegen punt op de wand.

Wallinger maakt ook in de overige werken op de tentoonstelling vaak gebruik van bestaand materiaal. Dat varieert van pasfoto’s uit de automaat, een Amerikaanse televisieserie uit de jaren ‘60, foto’s en filmpjes van internet tot bestaande lettertypes als de Arial en de Lucida Console in een serie zelfportretten en alle gedichten uit The Oxford Book of English Verse 1250 – 1918 in het wandvullende Word.

In Landscape with The Fall of Icarusworden op vijf, in een halve cirkel opgestelde monitoren, amateurfilmpjes getoond waarin de onfortuinlijke belevenissen zijn vastgelegd van vijf mannen. Balancerend op of aan een touw en klaar voor een zweefvlucht, raken ze verstrikt, struikelen of worden anderszins hardhandig geconfronteerd met de wetten van de zwaartekracht. Op de televisie zorgen dergelijke filmpjes voor veel plezier en leedvermaak. In Wallingers installatie worden die gefrustreerde pogingen om los te raken van de grond verbonden met het lot van Icarus en krijgen ze een mythische dimensie. Niet alleen de titel, ook de sterk vertraagde weergave van het zich keer op keer afspelende noodlot verlenen de banale voorvallen een andere dimensie. Behalve vertraging en herhaling past Wallinger ook vaak symmetrie, spiegeling of de uitvergroting van beelden als middel toe om het banale boven zichzelf uit te tillen en een grotere reikwijdte te geven. De filosofische dimensie geeft het banale iets bijzonders, maar diezelfde verhevenheid wordt door het banale tegelijkertijd weer geïroniseerd en gerelativeerd.

Wallinger speelt dergelijke tegenstrijdigheden en dubbelzinnigheden niet alleen in de afzonderlijke werken, maar ook in de tentoonstelling als geheel, tegen elkaar uit. Voor The Unconscious heeft hij een dertigtal foto’s van internet gehaald van mensen die in het openbaar vervoer in slaap zijn gevallen. Deze wat ongemakkelijke beelden hangen sterk uitvergroot en losjes gegroepeerd op een lange wand. De door medepassagiers met mobieltjes gemaakte snapshots tonen een volstrekt verlies aan zelfcontrole, waarbij het met zorg bewaakte imago is verdwenen achter de letterlijke en figuurlijke kwetsbaarheid van een open gezakte mond, een weggezakt hoofd en een hals die blootligt. Deze beelden van weerloosheid en overgave vinden hun tegenhanger in een serie schilderijen op de tegenoverliggende wand. Meer omvattend en tegelijkertijd hermetischer kun je het ‘zelf’ niet uitbeelden. De voorstelling van de vijftien Self Portraits in zwart en wit bestaat uit niet meer dan een kapitale I, geschilderd in steeds een ander lettertype.

Zoals Tim Adams, criticus van the Observer, in 2009 over Wallinger schreef: ‘he is that rare beast, a conceptual artist whose concepts get richer the longer you look and think.’

Lees hier Adrian Searle's artikel over State Britain in The Guardian van 16 januari 2007