Loek Grootjans

How

14 mei - 26 juni 2005

In 1998 nodigde Loek Grootjans (Arnemuiden 1955) iedereen die zijn werk wilde leren kennen uit om met hem een berg in de Alpen te beklimmen (Sugar Mountain Travel). De zware tocht zou niet alleen resulteren in een panoramisch zicht over een schitterend landschap maar ook moeten leiden tot inzicht in Grootjans’ kunstenaarschap. Tegen een decor van besneeuwde bergtoppen zou een gesprek worden gevoerd over monochrome schilderkunst, over kunstgeschiedenis en filosofie en over een verlangen ‘tot het in kaart brengen van ALLES en het uitspreken van NIETS’.  

De bergbeklimming als metafoor voor een fysieke en mentale horizonverbreding. Het is frappant dat Grootjans hierbij een koppeling legt tussen (uit)zicht en inzicht. Het beschouwen is voor hem zowel zien als overdenken. Kunst en filosofie zijn in zijn visie met elkaar verweven. Filosofie biedt inzicht, kunst biedt vrijheid. Grootjans’ werk past dan ook in een romantische traditie waarin het verlangen naar het samengaan van vrijheid en inzicht centraal staat. Een vroege verbeelding hiervan zien we in de schilderijen van Caspar David Friedrich. Een recenter voorbeeld is mogelijk het dramatische werk In Search of the Miraculous(1975) van de legendarische kunstenaar Bas Jan Ader. In een te klein bootje voer Ader de oceaan op. Maanden later werd de boot leeg teruggevonden. Van de kunstenaar geen spoor. 

Waar Ader de onmetelijke ruimte van de oceaan opzocht, daar sloot Grootjans zich in 1988 met afgeplakte ogen op in een volledig verduisterde ruimte. Een maand lang verbleef hij in dit blinde isolement. Na enkele dagen verscheen een roodbruine gloed op zijn netvlies. Toen hij uiteindelijk langzaam (en onder begeleiding van een oogarts) terugkwam in het licht, zag hij een groen waas. Vervolgens schilderde hij jarenlang monochrome doeken in roodbruin of groen. Totdat hij klaar was met de monochromie. Hij heeft toen zijn atelier ‘leeggeschilderd’. Zelfs de verfresten heeft hij van de wanden gekrabd, vermalen en opnieuw gebruikt. Met het project Final Remains (2003) sloot hij deze periode af. Om afscheid te nemen verzamelde Grootjans de laatste resten van de monochrome schilder die hij eens was. Koffieprut, omdat de werkdag van een schilder daarmee begint. Resten van opgedroogde verf. Een zakdoek met daarin de laatste adem van zijn vader.

De spanning tussen oppervlakte en diepte, misschien wel de essentie van de monochrome schilderkunst, is voor Grootjans bovenal een metafysisch probleem geworden. Een probleem dat zich presenteert in de tegenstelling van lichaam en geest, van vraag en antwoord, van ALLES en NIETS. Hij herkent hierin een verwantschap met het werk van Georges Perec, Spinoza en Pasolini. En in een denkbeeldige samenspraak met deze drie schreef Grootjans (samen met H. van Boxtel) zijn Visioen van de overkant (2002) met daarin ruim 1500 definities over mensen en hun karaktereigenschappen. Nu ligt de diepte van het werk verscholen achter de oppervlakte van de woorden, de letters en de typografie. Grootjans schraapt de woorden bijeen zoals hij dat eerder met de verfresten deed. Hij inventariseert en rubriceert en brengt alles in kaart. Tastend in het duister en rusteloos op zoek naar inzicht.

website van de kunstenaar