Frans Beerens

Materiële fotografie

10 jan - 8 maart 2015

Frans Beerens ontdekte de mogelijkheden van de fotografie toen hij in 2005 werkte aan de monografie Slakkensporen. Voor dit boek verzorgde hij zelf de fotografie van zijn gestapelde objecten en assemblages, met veel aandacht voor belichting en textuur. Hij sloot het boek af met een serie landschapsfoto’s.

Deze Menselijke sporen zijn registraties van verkrotte woningen, braakliggende terreinen, een varkenskot in Slowakije, een van keien gestapeld muurtje in Ierland, een verlaten mijngebied in Spanje. Plekken en situaties die niet bedacht werden, maar organisch zijn ontstaan. 

Het traditionele fotografische beeld, afgedrukt op papier, vindt hij al snel te plat. De oplossing daarvoor wordt in 2007, tijdens een reis naar Florence, gevonden in een restauratiewerkplaats voor tapijten. Daar ontstaat het idee voor een stoffelijk fotobeeld: een foto die is vertaald naar een geweven kleed. Bij het TextielLab in Tilburg onderzoekt hij de mogelijkheden van de weefmachine en komt tot een systeem van 460 grijzen die de computer aankan. Daar ontdekt hij tevens de kwaliteiten van de verschillende soorten draad: geitenwol, dat pluiziger is dan dat van schapen, zorgt voor mooie zachte vlakken, terwijl linnendraad juist meer structuur geeft en zijde de tekening verder verfijnt. Met een reliëf in het weefsel introduceert hij de abstracte diepte in de fotografie en krijgen de fotobeelden een materiële huid die de textuur van het gefotografeerde heel dicht nadert.