Fiona Tan

Akte 1, film- en videowerken

25 jan - 11 mei 2003
werk in collectie

De Pont brengt dit voorjaar de tentoonstelling Akte 1 van Fiona Tan. Dit is haar eerste grote museumtentoonstelling in Nederland waarin meer dan tien film- en videowerken uit de afgelopen vijf jaar worden getoond. Met deze tentoonstelling geeft De Pont een vervolg aan de verwerving en de presentatie van de videoinstallatie Roll I & II in 1999. Akte 1 is georganiseerd door De Pont en was najaar 2002 al te zien in Villa Arson te Nice en zal in de zomer van 2003 nog gepresenteerd worden in de Berlijnse DAAD Galerie. Bij de tentoonstelling is een omvangrijke publicatie verschenen met essays van Beatrice von Bismarck en Els Hoek alsmede een eigen tekst van de kunstenaar. 

In een van haar brieven uit een correspondentie met de bekende Engelse schrijver en kunstcriticus John Berger schrijft Fiona Tan: ‘A certain blindness (...) is very desirable.’ Ogenschijnlijk is dit een wonderlijke uitspraak voor iemand die in haar werk zo scherp observeert. Misschien wil zij wel een vraagteken zetten bij de macht van het oog en van de camera en probeert zij, in een wereld die zo vol is met beelden, onbevangen te blijven kijken. Tan verwijst juist ook naar dat wat zich buiten het beeldkader afspeelt. Beatrice von Bismarck schrijft: ‘Ze laat zien dat beelden afhankelijk zijn van de positie die de opnemende, opgenomen en kijkende personen binnen hun eigen historische, sociale of culturele context innemen, voor zichzelf en in relatie tot elkaar.’

Fiona Tan (Pekan Baru, Indonesië 1966) heeft in de afgelopen jaren veel erkenning gekregen voor haar film- en videoinstallaties. In 2001 was haar werk te zien op de Triënnale van Yokohama en de Biënnale van Venetië. In 2002 was haar werk geselecteerd voor de Documenta in Kassel. Zij heeft zowel documentaire films gemaakt als autonome film- en videowerken. Het werk wordt gekenmerkt door een aandachtige registratie van mensen in hun omgeving. Door een precieze montage krijgen deze registraties een gedetailleerde aandacht. Voor een aantal werken is bestaand beeldmateriaal uit filmarchieven gebruikt, waarbij Tan een grote belangstelling voor oude antropologische documentaires blijkt te hebben. Deze fragmenten zijn door haar als het ware cultureel verplaatst waardoor er een nieuwe confrontatie ontstaat met de anonieme geportretteerden. Bij veel van dit materiaal ervaart men een spanning tussen het kijken en het bekeken worden. Tan heeft dergelijke beelden onder meer gebruikt voor de werken Smoke Screen (1997), Facing Forward (1999) en Tuareg (1999). Het stille poseren en de aandachtige blikken van de geportretteerden geven deze opnamen een tijdloze concentratie waarin we ons kunnen spiegelen aan het beeld van ‘de ander’. Els Hoek schrijft: ‘Het gaat Fiona Tan in het bijzonder om het kijken van de ene mens naar de andere. Wat zegt de blik waarmee de reiziger de inheemse bewoner opneemt? En omgekeerd ook: welke beelden zou die bewoner van de reiziger maken als hij aan de andere kant van de camera stond?’

Dit geldt ook voor Countenance (2002), dat getoond werd tijdens de laatste Documenta in Kassel. In vier videoprojecties laat Tan portretten zien van allerlei mensen uit Berlijn. Stil en statig zijn ze in beeld gebracht op een wijze die ontleend is aan August Sander die begin vorige eeuw portretfoto’s maakte van mensen in verschillende beroepen waarbij het uiterlijke onderscheid vooral werd bepaald door lichaamshouding, kleding en gereedschappen. Opperste concentratie zien we eveneens in het recente videowerk Saint Sebastian (2001). Jonge Japanse vrouwen richten als boogschutters hun pijlen op een voor ons onzichtbaar doel tijdens een traditioneel initiatieritueel. In het vastleggen van de gespannen gelaatsuitdrukkingen, de bedachtzame bewegingen en de rituele gewaden ontstaat een fascinerend beeld van grote schoonheid. Door dit beeld een titel mee te geven uit de westerse christelijke traditie krijgt het plotseling een andere wending.

Hetzelfde gevoel van culturele ontheemding ligt ten grondslag aan de documentaire film May You Live In Interesting Times (1997), waarin Tan verslag doet van een zoektocht naar haar eigen familie-achtergronden die haar via meerdere landen tot in een afgelegen streek in China brengt. In de presentatie van haar werk dwingt zij de beschouwer ook dikwijls tot het innemen van wisselende posities. De ruimtelijke installatie van haar werk bestaat soms uit meerdere projecties (o.a. Thin Cities, 1999-2000) of uit tweezijdige projectieschermen (Tuareg en Saint Sebastian). Daadwerkelijke fysieke verplaatsing komt in enkele andere werken tot uitdrukking: in Roll I & II (1997) en Slapstick (1998) zien we de herhaalde beweging van het rollen of vallen, en Lift (2000) volgt de luchtdoop van de kunstenaar als een ietwat primitieve ballonvaarder in een Amsterdams stadspark.

Tentoonstellingsdata  
Villa Arson, Nice 25.10.2002 – 08.01.2003  
De Pont, Tilburg 25.01.2003 – 11.05.2003  
DAAD Galerie, Berlijn, 23.05.2003 – 03.08.2003