Christiaan Bastiaans

Year Zero

8 sept - 28 okt 2007

In de projectzaal maakt Christiaan Bastiaans (1951) een installatie van een aantal van zijn grote fotowerken, textielsculpturen, tekeningen en collages uit de jaren 1999-2007. Zo ingehouden en streng als de ruimte is ingericht, zo geladen en associatief zijn de werken zelf.

Bastiaans karakteriseert zijn thematiek als een onderzoek naar ‘la condition humaine’. Om de essentie van het menselijk bestaan te doorgronden zoekt hij situaties op waarin het gaat om leven en dood, schoonheid en gruwel en reist hij naar plekken waar de mens is aangewezen op de meest basale overlevingsstrategieën. In de afgelopen jaren was hij onder meer in Oeganda, Sierra Leone,Tsjaad en Soedan. Aantekeningen in zijn notitieboeken en ter plekke gemaakte tekeningen vormen de aanzet voor kunstwerken. Daarnaast fotografeert Bastiaans. Maar de foto’s die hij uit deze oorlogsgebieden mee naar huis neemt, hebben weinig gemeen met de stroom van beelden die de media over ons uitstorten. Bastiaans wil het momentane en specifieke van wat hij ziet en meemaakt een grotere geldigheid geven. 
In de grote fotowerken is al het overbodige weggefilterd en is de gefotografeerde werkelijkheid teruggebracht tot zijn essentie. Slechts eenmaal staan we op deze tentoonstelling oog in oog met een individu -een lid van een militie-, in de overige fotowerken gaat het om het menselijk soort dat beschutting vindt in een provisorische schuilplaats of zelfs alleen in het kleed dat hem omhult. Vaak zijn op de foto’s uiteenlopende materialen en voorwerpen aangebracht. Pulp, zijde en een web van draden bieden -hoe teer en fragiel ook- een tweede omhulling, zoals ook de mineralen en de geneeskrachtige planten waarvan enkele werken zijn voorzien, een helende werking lijken te hebben.

Ook in de sculptuur klinkt het thema van omhulling door. De driedimensionale vormen van textiel houden het midden tussen kleding en bezielde wezens. Het zijn hurt models, die hun identiteit ontlenen aan de verschillende materialen waaruit ze zijn samengesteld; tule, watten, verbandgaas, kranten. In een transparant kledingstuk is de vorm van een kalashnikov te onderscheiden, een gemutileerde arm verzwaard met een ijzeren gewichtje is beschreven met tekstfragmenten uit Shakespeare’s King Lear.

Terwijl de hurt models een zwijgzame roerloosheid uitstralen, is de stroom van betekenissen en associaties die de tekeningen en assemblages op gang brengen, nauwelijks te stuiten. In de assemblages lopen foto’s en prenten uit in getekende voorstellingen, vermengt de actualiteit zich met het verleden van de Eerste Wereldoorlog of de beelden uit een psychiatrische inrichting en verandert de geziene werkelijkheid in de mythe. Bastiaans’ beeldenwereld biedt ons een glimp op de pest, symbool van het kwaad dat de samenleving binnensluipt en tot in onze poriën door kan dringen. Tegelijkertijd getuigen deze werken op papier van een grote kwetsbaarheid en zijn ze ook zelf de belichaming van fragiliteit. Door de toegepaste materialen zijn ze letterlijk teer en broos, maar belangrijker is dat Bastiaans deze fragiliteit heeft ingezet als een beeldende kwaliteit, als een methode om binnen de kunst vorm te geven aan een beladen thema.