Bettie van Haaster

30 jan 1999 - 16 mei 1999
werk in collectie

In weerwil bijna van de intieme schaal (35 bij 25 cm is voor haar een gebruikelijke maat) heeft het werk van Bettie van Haaster een sterk ruimtelijk karakter. De ingehouden kleuren scheppen een atmosfeer van ruimte en helder licht. Het kleine oppervlak is steeds opgebouwd uit pasteuze verf, waarin een veelheid van penseelstreken zichtbaar is. In hun samenspel creëren deze sporen een soort landschap, alsof een tamelijk uitgestrekt gebied van bovenaf wordt bezien. De sporen van de penseel markeren gebieden of dekken deze af; beschrijven paden of wegen die zich vertakken of naar hun beginpunt terugkeren. Maar wat eerst een weg lijkt, kan op een ander moment opdoemen als de schaduw van een langgerekte verhoging in het terrein. Zo klappen positieve vormen om in negatieve, zijn gebieden nu eens als leegte, dan weer als massa te zien. Van Haasters penseelstreken laten zich door het oog steeds anders indelen en formeren.

Van Haaster schildert staande, terwijl het doek vlak voor haar op een tafel ligt, die tevens als palet fungeert. Haar voorkeur voor het kleine formaat heeft te maken met het feit dat zij daarop even snel en direct kan werken als in een tekening. Ze schildert nat-in-nat, op zoek naar een bepaald resultaat maar ook reagerend op toeval. Terwijl de ruimtelijke werking zich vooral bij waarneming op een zekere afstand voordoet, wordt van dichtbij juist de materiële werking van het schilderij ervaren. Het oppervlak, dat vaak meerdere malen geheel of gedeeltelijk is bewerkt, vormt desondanks één geheel en aan de randen laten kleine opeenhopinkjes van verf steeds de aanzet of het einde van de penseelstreken zien.

Naast het schilderen tekent Van Haaster veel. Haar motieven staan nooit op zichzelf, maar komen eerder uit elkaar voort. Zo leidde bijvoorbeeld het eenvoudige motief van een opeenstapeling van dozen in 1993 tot spinnenwebachtige structuren, die op hun beurt weer mogelijkheden voor landschappelijke elementen boden. Het tekenen vervult bovendien verschillende functies. Soms betekent het een moment van ontspanning, om even op andere wijze met hetzelfde bezig te zijn. Soms ligt het schilderen domweg stil, omdat een motief is uitgeput. Dan kan een beginnend idee of het motief dat vastliep, vasthoudend en eindeloos opnieuw worden getekend, terwijl de kunstenaar een uitweg zoekt. In weer andere tekeningen zijn fragmenten uit bestaande schilderijen te herkennen. Het zijn kleine studies, van vaak maar een detail in het schilderij. Een aantal tekeningen staat meer op zichzelf en heeft een uitgesproken persoonlijk karakter, bijvoorbeeld de tekeningen die Van Haaster in 1995 maakte van haar zieke hond. Deze tekeningen getuigen van wachten. Ze zijn even ontroerend als krachtig, door de manier waarop Van Haaster steeds in enkele, argeloze lijnen de vormen van het dier verkent en ze tenslotte als een dooreenwarreling en opstapeling van volumen en gebieden beschrijft.