Bernard Frize

5 sep 1998 - 3 jan 1999
werk in collectie

Bernard Frize (Parijs, 1949) is in Frankrijk, waar de schilderkunst in de ogen van velen een achterhaald medium is, een van de weinige schilders. De schilderijen die hij maakt zijn het resultaat van methode. `Ik kies een manier van opereren en het schilderij is simpelweg een gevolg daarvan', zo stelt hij. Die pragmatische aanpak verhindert niet, dat heel verschillende en vaak oogstrelende schilderijen ontstaan. Opvallend daarin zijn de vele, heldere kleuren - die overigens willekeurig worden gekozen, want ook daarin betoont Frize geen esthetische voorkeur. Door de toevoeging van hars aan de verf ontstaat vaak een zijdeachtig glanzende huid, die zijn schilderijen een kunstmatig uiterlijk verleent en de indruk wekt niet door mensenhand te zijn gemaakt.

Frize's werken ontstaan meestal in series, steeds op een bepaalde techniek of werkwijze gebaseerd. Van een stilistische samenhang in de gebruikelijke zin is daardoor geen sprake.

En ook wanneer schilderijen op een vergelijkbare manier zijn gemaakt, kunnen ze er heel anders uitzien. Het elfdelige, in de tentoonstelling opgenomen werk Avril (1991), dat een van deel tot deel verschuivend panorama van kleuren vertoont, heeft bijvoorbeeld méér gemeen met het uit helder gekleurde rondjes opgebouwde Suite Segond SF N5 (1980), dan men op het eerste gezicht zou denken. Voor het laatste werk, dat deel uitmaakt van de collectie van De Pont, verwijderde Frize uit een aantal verfblikjes de bovenste, ingedroogde laagjes en plakte die naast en over elkaar, totdat het doek bedekt was. Ook de delen van Avril zijn met zulke ingedroogde vellen verf gemaakt, maar nu afkomstig uit een rechthoekig bassin met verschillende kleuren. Terwijl Frize steeds opnieuw wachtte tot de verf weer voldoende was ingedroogd, gingen de verfstoffen meer en meer in elkaar op. Het kleurverloop tussen de elf delen heeft dan ook iets filmisch. De beelden volgen elkaar op - ieder beeld in de meest letterlijke zin een `momentopname.'

Een aantal doeken in de tentoonstelling is met een sluier van dooreenvloeiende kleursporen overdekt. Voor deze werken bond Frize meerdere kwasten aan elkaar, zodat het linnen door de samengestelde breedte steeds in z'n geheel kon worden bestreken. En nadat iedere kwast van een eigen kleur was voorzien, trok hij de dunne verf in één beweging over het doek. In andere werken laat hij afzonderlijk gekleurde kwasten bijvoorbeeld vanuit punten links op het doek vertrekken. Ze komen uit op een lijn in het midden waar de verf zich mengt en worden vervolgens - maar inmiddels veranderd van kleur - doorgetrokken naar de rechterzijde.

Bernard Frize houdt van de eenvoud waaraan een goed werk volgens hem herkenbaar is. In de loop van zo'n twintig jaar heeft hij talloze procedures beproefd die een schilderij kunnen opleveren. De evidente logica van zijn werken is soms echter toch merkwaardig of niet helemaal sluitend en het proces van schilderen is nooit volledig te controleren. De onregelmatigheden en verrassingen die daaruit voortkomen prikkelen echter om zijn werk steeds opnieuw te bekijken.