Anne & Patrick Poirier

Exotica

15 sep 2018 - 03 feb 2019

De artistieke zoektocht van Anne & Patrick Poirier begon bijna vijftig jaar geleden in Rome. Tijdens een verblijf in de Villa Medici, de Franse academie ter plaatse, raakten ze geboeid door de eeuwenoude ruïnes en andere sporen van het verleden die overal in de stad zichtbaar zijn. Sindsdien speelt de herinnering een hoofdrol in hun werk, naast de kwetsbaarheid van cultuur, natuur en de mens. Vanaf het begin van hun gezamenlijke carrière treedt het kunstenaarsduo afwisselend op als architect en archeoloog.  Archeologische opgravingen zijn niet alleen stille getuigen van verval of vernietiging door een oorlog of een natuurramp die lang geleden plaatsvond. Voor de Poiriers zijn ruïnes ook een teken van vitaliteit, een metafoor voor het leven dat steeds doorgaat in een ononderbroken keten van leven en dood – van constructie en destructie.

Gedreven door nieuwsgierigheid doorkruisen Patrick en Anne het verleden op verschillende manieren. Geboren in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog brengen ze sinds 1969 archeologische vindplaatsen in kaart. Niet alleen in het oude Rome, maar ook op de meest uiteenlopende plaatsen elders in de wereld: van Angor Wat, een half door oerwoud overwoekerd tempelcomplex in Cambodja, tot Los Angeles, een moderne metropool die tijdens hun verblijf net getroffen was door een aardbeving. Ter plekke maken ze foto’s en notities en verzamelen ze overblijfselen en planten. Al dit materiaal vormt de basis voor maquettes, fotoseries en werken op papier.

Het geheugen wordt al sinds de oudheid vaak voorgesteld als een gebouw met kamers waarin een eindeloze stroom beelden en herinneringen ligt opgeslagen. De Poiriers zien hun sculpturen als ontwerpen voor fysieke gebouwen, maar het zijn tegelijk ook metaforen voor ‘mentale’ gebouwen. Nu eens als archeoloog, dan weer als architect doen ze opgravingen en bouwen ze ruïnes van het verleden, het heden en de toekomst. Maar je zou ze ook kunnen zien als utopieën die aan de tirannie van de tijd zijn ontsnapt.

Hun werk was de afgelopen decennia in Nederland slechts sporadisch te zien. De tentoonstelling in De Pont biedt voor het eerst een ruim overzicht van de jaren zeventig tot nu. Het meest recente werk, een groot tapijt, heeft Palmyra tot onderwerp. De archeologische opgraving van deze beroemde eeuwenoude stad werd tijdens de oorlog in Syrië zwaar getroffen. Het maakt zoals veel van hun werk zichtbaar hoe heden en verleden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.