Robert Zandvliet

Terband NL 1970, woont en werkt in Rotterdam

L’atelier de ‘La California’ à Cannes
2009
gesso op linnen
203 x 232 cm
2010.RZ.18

In de schilderkunst van Robert Zandvliet speelt de voorstelling een ondergeschikte rol. Hij is vooral geïnteresseerd in het schilderkunstige beeld: in de vloeiende beweging van de kwast en het ritme van de toetsen, in de transparantie of de materialiteit van de verfstreek en de zeggingskracht van de kleur. De genres waarop zijn schilderkunst in de afgelopen periode was geënt, fungeerden als middel om de zoektocht naar nieuwe schilderkunstige mogelijkheden af te bakenen. Dat proces om de creativiteit te focussen krijgt met zijn recente schilderijen naar bestaande kunstwerken een nieuwe richting. De motieven van Zandvliet om voor bepaalde schilderijen uit de kunstgeschiedenis te kiezen lopen uiteen. Soms werd hij getroffen door de ongekunstelde beweeglijkheid van de verfstreek, soms door de structurerende kwaliteit van de toets of de kracht van de compositie. Maar er zijn ook altijd aanknopingspunten met de eigen artistieke problematiek.


In L’atelier de ‘La Californie’ à Cannes gold zijn fascinatie de onbeschilderde rechthoek in het centrum van de compositie. Bij Picasso vindt dit opvallend ‘lege’ vlakje zijn rechtvaardiging in de voorstelling; als het nog maagdelijk witte doek op de ezel in zijn atelier. Zandvliet heeft het gegeven opgepakt om er een eigen wending aan te geven. In een reeks schetsen ontdeed hij de voorstelling van al het verhalende en zoomde hij dichter in op de kern van de compositie. Uiteindelijk resulteerde dat proces van reductie in een groot, abstract ogend doek waarin het witte vlak is getransformeerd tot een diep zwart gat. Niet alleen om los te komen van het oorspronkelijke werk, ook in beeldend opzicht zijn de schetsen van invloed op het uiteindelijke resultaat. Niet vaak was Zandvliet in zijn schilderijen zo terughoudend in het gebruik van kleur en verf. De open verfstreken vormen in L’atelier de ‘La Californie’ à Cannes een verre echo van het tafeltje, de ezel en de her en der verspreide doeken in Picasso’s atelierscène. De vormen zijn ‘getekend’ in de droge, bijna korrelige streken van zwart gesso; in kleur contrasteren ze met het ongeprepareerde linnen, in schraalheid met het diepe zwart in het centrum van het beeld.

Zandvliets ontwikkeling wordt gekenmerkt door de behoefte om niet te verstarren in het eigen idioom. Daartoe is hij de dialoog aangegaan met een aantal werken uit de kunstgeschiedenis. Tegelijkertijd zoekt hij naar middelen om de vertaalslag te maken naar de eigen beeldtaal. Door de opdracht die hij zich hier stelt, schept Zandvliet ruimte voor nieuwe ontdekkingen. Hij opereert niet vanuit de onzekerheid over de richting die hij uit moet, maar vanuit het vertrouwen dat hij zijn kunst kan verdiepen en verbreden.