Wolfgang Laib

Metzingen Duitsland 1950, woont en werkt in Hochdorf

Wachsraum
1992
bijenwas, houtconstructie
ruimte 325 x 880 x 53-96 cm
1993.WL.01

In een landelijke omgeving in het zuiden van Duitsland maakt Wolfgang Laib werk dat onder andere door het gebruik van pure en natuurlijke materialen een eigen positie in de hedendaagse kunst inneemt. Leven en werk zijn bij Laib op bijzondere wijze verbonden. De relatieve afzondering waarin hij leeft is een bewuste keuze: ‘Ik probeer mijzelf te beschermen tegen het normale denken van de maatschappij.’ Laib werd opgeleid tot arts, maar koos direct na zijn studie voor het kunstenaarschap. Al in zijn jeugd maakte hij met zijn ouders reizen naar het nabije en verre Oosten en de kennismaking met niet-westerse culturen heeft zijn werk sterk beïnvloed. Hij gebruikt voor zijn kunstwerken onder meer stuifmeel, marmer, melk, rijst en bijenwas. ‘Deze materialen hebben een ongelooflijke energie en kracht, die ik zelf nooit zou kunnen scheppen.’ De vormen die Laib kiest en de handelingen die hij verricht om een werk te maken, zijn wellicht om die reden heel eenvoudig, alsof hij de materialen voor zichzelf wil laten spreken.

Verscholen in een hoek van het gebouw heeft Wolfgang Laib zijn Wachsraum gemaakt. Via een nauwe doorgang in de muur stapt men in een smalle gang waarvan wanden en plafond volledig met platen bijenwas bedekt zijn. De gang maakt een scherpe knik en loopt na enkele meters dood tegen een achterwand waardoor de bezoeker zich in een volstrekt geïsoleerde positie bevindt. Vanuit de grote, lichte tentoonstellingszaal is men hier in een beperkte en schemerige ruimte terecht gekomen. Aan het hoge plafond hangt een eenvoudig lampje waarvan het schijnsel op de wanden reflecteert. In de gang is men volledig omringd door de wasplaten, die hun geur tot buiten de ruimte zelf verspreiden. De onregelmatige stapeling van de rechthoekige platen doet denken aan de robuuste bouwwerken van oude culturen uit Egypte en Mesopotamië.

Deze spannende ruimte kan op meerdere manieren worden beleefd. Fysiek ervaart men de dwingende richting van de smalle gang en visueel is er vooral de sobere en sterke werking van de honingkleurige wasplaten die in het lichtschijnsel lijken te gloeien. De compacte substantie van de bijenwas wordt haast doorschijnend. Of, zoals Laib zelf zegt; ‘de materie wordt bijna immaterieel.’ Het meest intens ervaart men echter de lichtzoete geur van de pure bijenwas. Wachsraum is een kunstwerk dat geroken moet worden.

Laib gebruikt ook stuifmeel als materiaal voor kunstwerken. Hierbij strooit hij het pure stuifmeel met behulp van een zeefje uit over de vloer. Hij hanteert altijd een rechthoekige vorm als omtrek maar het lichte stuifmeel waaiert uit over de vloer zodat de contouren vervagen. En hoe gewoon en alledaags stuifmeel in feite is, pas nu vallen ons de bijzondere eigenschappen ervan op: het schijnbaar gewichtloze en toch korrelige van de materie en de onvoorstelbare intensiteit van de kleur. De Pont bezit een werk met het stuifmeel van de grove den (Blütenstaub von Kiefern 1993). Met monnikengeduld wordt het stuifmeel door Laib verzameld in de velden en bossen in de omgeving van zijn huis. Vanaf het begin van de lente volgt hij de bloei van de verschillende bomen en planten. Iedere soort wordt gescheiden bewaard want het stuifmeel van hazelnoot, paardebloem, boterbloem en den (de soorten die hij het meest verzamelt) is heel verschillend van kleur en substantie. Laib gaat spaarzaam met het stuifmeel om. Na afloop van een tentoonstelling wordt het zorgvuldig bijeengeveegd en gezeefd om het van stofdeeltjes te ontdoen en het nog voor vele jaren te kunnen gebruiken.