Jan Andriesse

Jakarta Indonesië 1950, woont en werkt in Amsterdam

Regenboog
1995
acrylverf op linnen
350 x 567,5 cm
1995.JA.01

De kleurbanen in het immense schilderij Regenboog gaan onmerkbaar in elkaar over, het is onmogelijk om vast te stellen waar de ene kleur verandert in de andere. Het schilderij ontstond naar aanleiding van de speelse vraag die Andriesse zichzelf voorlegde: ‘Wat is voor de koningin het mooiste in de natuur om naar te kijken?’ Na maanden was het simpele antwoord: een regenboog. Het schilderij is bij daglicht gemaakt. Het was af toen de koele tonen in de ochtend dominant waren en de warme tonen juist bij middaglicht naar voren kwamen. Het dient ook te worden getoond in daglicht. Kunstlicht, altijd te herleiden tot een gerichte bron, fixeert te veel, brengt een kader aan. Daglicht is algemener en versmelt met het schilderij. Het resultaat is een van licht zinderend oppervlak. De kleurbanen zijn laag voor laag aangebracht en als het ware gematteerd met het marmerpoeder dat Andriesse door zijn verf mengt. Kwastsporen worden weggewerkt met een wisser, waardoor een transparant oppervlak ontstaat waaraan elke structuur, ieder spoor van ambachtelijkheid, van materialiteit zelfs, is onttrokken. Het oog tracht er vat op te krijgen, maar vindt nergens een punt waarop het zich kan fixeren. Ondanks de onmiskenbare esthetiek van het schilderij komt de behoefte op om voor een moment los te komen van deze verblindende kracht.

Jan Andriesse slaagt erin een vluchtig fenomeen te materialiseren en tegelijkertijd zijn essentie van immaterialiteit te raken. De regenboog verschijnt als een uitvergroot detail aan de wand, maar wordt tevens in al zijn ongrijpbaarheid weergegeven. De schilder beeldt geen regenboog af, maar laat zien wat een regenboog is. Daarmee bereidt hij de beschouwer een wezenlijke, zinnelijke ervaring.