Robert Zandvliet

Terband NL 1970, woont en werkt in Rotterdam

Robert Zandvliet voegt zich in de typisch Nederlandse schildertraditie die door Svetlana Alpers werd geschetst als ‘het oog dat wikt en weegt’. Kenmerkend voor deze artistieke erfenis is de onderzoekende observatie van de directe omgeving en de waarachtige, picturale representatie daarvan. Romantische tendensen zoals die in Duitsland floreerden, hebben in de lage landen nooit echt wortel geschoten. De Hollandse schildertraditie getuigt van werkelijkheidszin en grote sensitiviteit voor de complexe verschijningsvormen van de zichtbare wereld. 

De motieven die Zandvliet in dunne lagen temperaverf schildert, zijn teruggebracht tot enkele vlakken en contouren. Ontdaan van het pittoreske en gereduceerd tot hun essentie, zou je deze schematisch weergegeven objecten ‘archetypisch’ kunnen noemen. Zonder titel (1995) bijvoorbeeld toont een televisiescherm in al zijn naaktheid. De contouren van de beeldbuis vallen bijna exact samen met de omtrekken van het schilderij. De frontale vlakheid van het beeld wordt uitgedaagd door twee witte lichtreflecties op de buis en de zwarte schaduwen langs de randen, die de spanning van concave en convexe oppervlakken suggereren. Het is veelzeggend dat Zandvliet een televisietoestel heeft geschilderd dat geen beeld geeft maar zelf beeld geworden is. Tegenover de alsmaar voortdenderende beeldenstroom van de massamedia stelt de kunstenaar de vertraging van de schilderkunstige blik.

Een motief dat evenmin in het oog springt is het blanke bioscoopscherm dat Zandvliet heeft weergegeven in Zonder titel (1997). Ook hier zijn de omtrekken van motief en schilderij zorgvuldig op elkaar afgestemd; opnieuw staan ruimtelijke suggestie en frontale vlakheid op gespannen voet. Het concave bioscoopscherm, ingekaderd door zwarte en okeren lijnen, verschijnt als een reusachtig blauw veld, zwevend in een donkere ruimte. De zinderende kleur, opgebouwd uit vele verflagen, lijkt aan de randen op te lichten. Het is alsof alle filmbeelden ooit gezien, zijn ingebrand in een stralend veld van louter licht. Opvallend is dat het blauw naar voren treedt noch naar achteren wijkt. Het overbelichte scherm van de bioscoop bevindt zich bij wijze van spreken op hetzelfde plan als het witte doek in het schildersatelier.

Zandvliet heeft zich ook toegelegd op het landschap, een thema dat zich al aankondigde in zijn vroege schilderijen van vliegtuigraampjes en treinvensters met panoramische uitzichten. Tientallen kleine landschapjes heeft hij geschilderd, steeds anders van karakter, maar telkens met dezelfde, summier aangeduide motieven: een weg, een horizon, een zon, een boompje, enzovoort. Het zijn niet zozeer voorstellingen van een specifieke plek als wel van het landschap als categorie op zichzelf. 

Zonder titel (1996) toont een weidse ruimte met een zigzaggende asfaltweg en een rij boompjes aan de horizon. De construerende contouren en overzichtelijke vlakverdelingen, kenmerkend voor Zandvliets grotere schilderijen, hebben plaatsgemaakt voor een losse, schetsmatige opzet. De zeventiende-eeuwse rivierlandschappen van Jan van Goyen komen in de herinnering, en Mondriaans doekjes van het Gein bij avond, geschilderd tussen 1904 en 1908. Maar bovenal oogt het schilderijtje uitgesproken synthetisch. Het realisme van Van Goyen en het symbolisme van de jonge Mondriaan zijn Zandvliet vreemd. Hij schildert zijn landschap in magentaroze, felrood, diepzwart, geel – onnatuurlijke, gloeiende kleuren die doen denken aan kleurnegatieven. Zoals onze waarneming gekleurd is door onafzienbare hoeveelheden film- en televisiebeelden, zo is ook ons beeld van het landschap beïnvloed door fotografische representatie.

In deze video van ArtTube is Robert Zandvliet aan het werk in De Pont.