Richard Serra

San Francisco USA 1939, woont en werkt in New York

De kunst van Richard Serra komt duidelijk voort uit het industriële tijdperk. Veel van zijn werken zijn opgebouwd uit massieve staalplaten die er nogal intimiderend uit kunnen zien. Bij staalconstructies denkt men in eerste instantie aan de grote bouwwerken van de negentiende eeuw: aan de enorme bruggen en wolkenkrabbers die door de nieuwe constructiemogelijkheden met groot gemak leken te verrijzen. De staalfabrieken werden een dankbaar motief voor realistische schilders; iets moderners en tegelijkertijd onmenselijkers was nauwelijks denkbaar. Het is interessant om foto’s van de fabricage van Serra’s stalen beelden, die hij vaak in catalogi opneemt, in deze traditie te bezien, maar Serra wil hiermee vooral de aandacht vestigen op het proces dat aan het eindproduct voorafging.

De belangstelling voor processen kwam in de beeldende kunst op aan het einde van de jaren zestig, toen ook Serra zijn eerste werken maakte. Zijn fascinatie voor de bewerking van materialen blijkt al uit de lijst van werkwoorden (Verb List, 1967-1968), waarin elementaire principes en handelingen worden opgesomd: to tear, to cut, to splash en of equilibrium, om er enkele te noemen. De lijst definieert als het ware een manier van werken, die Serra vervolgens van werk tot werk verder heeft verkend. Gutter Splash Two Corner Cast ui 1992 is een goed voorbeeld van Serra’s procesmatige benadering. Voor het splash-gedeelte spatte hij gesmolten lood op de plaats waar achterwand en vloer van de ruimte samenkomen. Voor de Two Corner Cast plaatste hij een schot in een hoek van 45 graden in de linker hoek, waarna hij het vloeibare lood in de aldus ontstane punt wierp. Na zo drie pijlpuntvormige afgietsels te hebben gemaakt, verplaatste hij het schot naar de rechter hoek, waar nog drie afdrukken ontstonden en waar het schot ten slotte is blijven staan. De afgietsels werden in twee stapels van drie op de grond gelegd.

Vergeleken met werken als deze, waarin de handeling centraal staat, zien de stalen beelden die vanaf de jaren zeventig ontstaan er heel definitief en allesbehalve procesmatig uit. Deze werken hebben soms tot felle reacties geleid, met name als ze in de stedelijke openbare ruimte te zien waren. Zo werd Terminal eind jaren zeventig de inzet van een verbeten politieke strijd in het Duitse Bochum en werd in 1989 na een slepende discussie Tilted Arc op Federal Plaza in New York door de overheid vernietigd. Tegenstanders verwijten Serra meestal dat zijn werken de omgeving lelijker maken in plaats van verfraaien. Voorstanders stellen dat Serra met industriële middelen een nieuw soort schoonheid realiseert, dat de op het eerste gezicht zo logge beelden in feite heel dynamisch zijn en de starheid van de stedelijke bebouwing doorbreken.

Serra laat in zijn staalsculpturen de industriële zwaarte vaak op verrassende wijze omslaan in formele elegantie – waarbij het juist de combinatie van feitelijke logheid en illusionaire lichtheid is die werkt. In de grote tekening Olmec (1989) wekt Serra daarentegen de indruk van enorme zwaarte met niet meer dan papier en zwarte olieverfstift. Twee gitzwarte vlakken, nét geen rechthoeken, stuiten als het ware op elkaar. Dat de linker ‘rechthoek’ ligt terwijl de rechter staat, verhoogt de visuele spanning aanzienlijk: het is alsof twee verschillende krachten elkaar ten koste van alles bevechten. Het werkwoord dat bij dit werk hoort is to push. De blokken houden elkaar echter ook in fragiel evenwicht, waardoor de massaliteit omslaat in die voor Serra typerende vorm van elegantie die zelden haar bedreigende karakter helemaal verliest.

Voor meer informatie, foto's en audiovisuele documentatie zie PBS Art21

beluister interview met Richard Serra op BBC radio