Roxy Paine

New York USA 1966, woont en werkt in New York

De paddestoelen, papavers, grassen en andere planten die we in het realistische werk van Roxy Paine aantreffen, zijn gemaakt van kunststoffen en met de hand beschilderd. Ze zien er volstrekt natuurlijk uit en zouden deel kunnen uitmaken van een diorama of een botanische inventarisatie. Crop (1997-98, collectie De Pont) bestaat uit een veld van levensechte papavers waarvan de bloemen en zaadbollen op hoge stelen dansen. Het is geen toeval dat deze vegetatie in werkelijkheid hallucinerend is. Als kind van zijn generatie is Paine al vroeg geconfronteerd met het experimenteren met drugs. In zijn kunst lijkt hij dit echter te hebben gesublimeerd door geestverruimende planten en paddestoelen met geconcentreerde precisie in eindeloos veel replica’s te transformeren. De zinsbegoocheling ligt niet meer in het gebruik van deze soorten, maar in het besef dat ze hier allemaal nep zijn. 

Deze omkering van verwachtingen speelt eveneens een belangrijke rol bij een andere groep werken; machines die automatisch kunstwerken produceren. De gedachte dat machines in staat zouden zijn om ‘authentieke’ kunstwerken te maken waarbij het unieke handschrift van de kunstenaar vervangen wordt door de sporen van een mechanische handeling, is zelfs in het huidige industriële tijdperk nog altijd ongewoon. Paine’s machines doen vermoeden dat hij authenticiteit en originaliteit als criteria voor een kunstwerk op een radicale manier afwijst. Toch is dit een te beperkte interpretatie van Paines werk. Juist binnen de tradities van de schilderkunst is zijn werk te beschouwen als een uitgesproken en persoonlijke stellingname. De ‘mechanische reproduceerbaarheid’ –door velen lang beschouwd als het begin van het einde van de kunst- leidt bij Roxy Paine niet tot een uniforme herhaling maar tot een gevarieerde productie van afzonderlijke, unieke kunstwerken. Tegelijk zijn de machines zelf met hun besturingsprogramma en ‘productielijn’ als zelfstandige en door de eigen handen van de kunstenaar vervaardigde kunstwerken te beschouwen.

In 1996 construeerde Paine zijn eerste Paint Dipper waarmee het opgespannen schilderslinnen volautomatisch in een bak met verf werd ondergedompeld. De PMU (Painting Manufacture Unit),1999-2000, is complexer en werkt met een computergestuurde verfpomp. De witte verf wordt in tientallen kortdurende sessies laag voor laag op een opgehangen doek gepompt, waarna het in vloeiende vormen opdroogt tot een grillig monochroom landschap. In deze machinale productie zijn toch alle resultaten onderling verschillend. Dit is ook het geval bij de andere door Paine gefabriceerde machines. SCUMAC (sculpture-making machine, 2001) produceert beelden letterlijk aan de lopende band. De Scumac-beelden bestaan uit polyethyleen dat in vloeibare vorm wordt ‘uitgepompt’. Elk beeld is opgebouwd uit meerdere lagen die in amorfe vormen zijn gestold. Deze vormen zijn onvoorspelbaar zodat uiteindelijk geen twee beelden gelijk zijn. De kleur van de beelden verschilt voor elke locatie waar ze gemaakt worden.