René Daniëls

Eindhoven NL 1950, woont in Eindhoven

In december 1987 werd René Daniëls getroffen door een hersenbloeding waarvan hij niet volledig is hersteld. Daarmee is een einde gekomen aan een schilderkunstig avontuur dat tot een van de meest intrigerende oeuvres in de naoorlogse Nederlandse kunst heeft geleid. Zijn werk – lucide en enigmatisch tegelijk, humoristisch maar ook scherpzinnig en intelligent – getuigt van een kwikzilveren beweeglijkheid. De schilder voelt zich een geestverwant van Duchamp, Picabia en Broodthaers, kunstenaars die niet zozeer een stijl ontwikkelden maar steeds weer andere wegen bewandelden. Zijn werkgebied noemde hij ooit ‘het voormalig niemandsland tussen literatuur, beeldende kunst en het leven’.

Gent (1980-1981) is een stadsgezicht in de dubbele zin des woords. Het schetsmatig geschilderde doek toont een rij huizen die tot leven lijkt te zijn gekomen. Tussen de gevels tekenen zich grote neuzen af; het is alsof de huizen elkaar iets in het oor smoezen. Hun gefluister verspreidt zich door de nacht, zoals ook de architectuur zich moeiteloos in de duistere hemel voortzet. Er spreekt psychische rusteloosheid uit dit vreemde schilderij, maar ook een grote poëtische verbeeldingskracht. Het Glazen (1984) stelt een hoog gebouw voor, dat van binnenuit oplicht in de avondschemering. De vensters zijn uitgespaard in een waterig blauw vlak, dat verder het gehele doek bedekt. Door een lichte vertekening in het perspectief lijken de bovenste ramen zich los te maken van de gevel. Zo verandert het aangezicht van het gebouw in een ontroerende, melancholieke zinsbegoocheling: vensters bevrijden zich uit het keurslijf van het perspectief en zwermen uit als vlinders in een onbestemde ruimte.

Het Glazen sorteert met minimale middelen een maximaal effect. Daniëls’ ingenieuze antwoord op picturale problemen betreffende perspectief en representatie is glashelder en duizelingwekkend tegelijk. Opposities als die tussen figuur en grond, het geschilderde en dat wat onbeschilderd is gebleven, tussen het schilderij als vlak en het schilderij als vlies, zijn met ogenschijnlijk groot gemak op scherp gezet. Daniëls is erin geslaagd gewicht te onttrekken aan zijn motief, aan de wijze waarop het geschilderd is, aan de schilderkunst tout court. Het resultaat heeft de weldadige lichtheid van een onverwachte sprong over de zwaarte en compactheid van de wereld heen.