Jan Andriesse

Jakarta Indonesië 1950, woont en werkt in Amsterdam

Ooit merkte Jan Andriesse op, dat nu nog een schilderij maken de enige redelijke oefening in zinloosheid is en blijft. Deze opmerking kwam ongetwijfeld voort uit zijn overtuiging, dat het onmogelijk is om met beeldende kunst een uitspraak te doen over de werkelijkheid, laat staan deze te beïnvloeden.

Andriesse bracht zijn jeugd door in El Salvador, een land met grote tegenstellingen. In New York, waar hij in 1979 naartoe verhuisde, zag hij zwervers op straat leven. Hij stopte abrupt met de portretten die hij in die tijd schilderde. Ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid acht hij de schilderkunst nutteloos. Maar wel aanvaardt hij die ‘zinloosheid’ als haar enige kwaliteit.

In dit licht wordt het irrelevant waar een schilderij ‘over gaat’ in anekdotische of beschrijvende zin. Het gaat niet om het vertellen van verhalen, maar om het formuleren van een even veelomvattend als beknopt begrip, dat de kracht heeft van een symbool. Om dit te bereiken benadert Andriesse zijn onderwerpen met intellectuele distantie. ‘Distantie verschaft toegang’, zo formuleert hij het zelf. Schilderen is voor hem geen uitbarsting van gevoelens. Zijn benadering is meer verwant met wat hij noemt Spinoza’s ‘egoloosheid’. Daarmee doelt hij op diens methode om door middel van de rede en het zoveel mogelijk uitschakelen van het subjectieve ‘ego’, greep te krijgen op de emoties en ten slotte tot een gesublimeerde vorm van kennis te komen.

Vertaald naar Andriesse’s praktijk:  in New York begint hij met het schilderen van water. Hiermee plaatst hij zichzelf voor het probleem, hoe deze amorfe substantie in een schilderij te materialiseren. In de zomer ontvlucht hij de hitte en de drukte van New York en gaat naar de rivier, waar het weldadig koel is en stil. Hoewel de aanleiding dus zeer concreet en alledaags is, benadert Andriesse het fenomeen water met een haast wetenschappelijke houding. Hij verdiept zich in natuurkundige verschijnselen. Die kennis is voor hem als de pagina’s van een script voor een acteur. Ze zet referentiepunten uit en biedt houvast. Het is een manier om door te dringen tot de dingen in hun meest geconcentreerde en beheerste vorm. Het resultaat in het schilderij is niet een afbeelding van water, maar een benadering van het wezen van water, van licht en schaduw, beweging en reflectie. In feite tracht Andriesse te werk te gaan als een kunstenaar uit de Renaissance, die qualitate qua beschikte over een min of meer universele kennis. Toen was kunst ondenkbaar zonder wetenschap, zonder grondige kennis van de principes achter de uiterlijke verschijnselen. Pas dan kon het wezen ervan worden doorgrond en weergegeven in een schilderij.

interview met Jan Andriesse op ArtTube (door Kim Zeegers)