Ai Weiwei

Beijing China 1957, woont en werkt in Beijing en Berlijn

Geen Chinese kunstenaar is zo bekend als Ai Weiwei. Die roem dankt hij niet alleen aan zijn kunst, maar ook aan zijn strijd voor meer politieke en maatschappelijke vrijheid. 

Beeldend kunstenaar, architect en vormgever, curator, fervent gebruiker van sociale media en luis in de pels; Ai Weiwei’s opvatting van het kunstenaarschap is zeer breed. De sociale component van zijn werk roept herinneringen op aan het ‘erweiterter Kunstbegriff’ van Joseph Beuys. Zelf noemt hij Andy Warhol en Marcel Duchamp als belangrijke voorbeelden. ‘Tot ik Duchamp ontdekte had ik er geen idee van dat kunst een manier van leven kon zijn.’ zegt hij in een interview uit 2008 met Karen Smith. ‘Het was mijn redding en het maakte direct een eind aan mijn geworstel. Ik begreep [...] dat kunst een gebaar kon zijn, en dat een gebaar iedere vorm kan krijgen die de kunstenaar wil. Dat kan een schilderij zijn maar ook iets totaal anders.’

Ai Weiwei ziet kunst als middel om veranderingen te forceren, als kans om nieuwe vragen te stellen en ruimte te scheppen voor nieuwe mogelijkheden. Hij maakt voor zijn werk veelvuldig gebruik van het principe van de readymade en eigent zich bestaande objecten toe. Niet alleen in dit opzicht, ook in zijn commentaar op de eigen culturele traditie treedt hij in de voetsporen van Duchamp. Daarin is hij rigoureus en hard. Nam Marcel Duchamp een reproductie van de Mona Lisa, Ai Weiwei maakt van echte kunstobjecten gebruik. In de uit 1995 daterende fotoserie Dropping a Han Dynasty Urn laat hij een eeuwenoude vaas stuk vallen en in Painted Vases (2006) doopt hij oeroude potten in fel gekleurde lakverf. In even simpele als onomkeerbare daden rekent hij af met de manier waarop in het heden en recente verleden is omgegaan met de eigen culturele traditie.

De paradoxen die Ai Weiwei in zijn kunst aan het licht brengt, treden misschien wel het sterkst naar voren in zijn Sunflower Seeds. Het is het werk waarmee hij, toen hij het in 2010 voor het eerst toonde in de grote turbinehal van Tate Modern, beroemd werd bij het grote publiek. De zonnepitten hebben meerdere betekenissen voor het Chinese volk. Ze dienen niet alleen als voedsel, maar hadden tijdens de culturele revolutie ook een symbolische lading. Nadat Mao Zedong zich de zon als persoonlijk symbool had toegeëigend, werd het Chinese volk vergeleken met zonnebloemen, die vol bewondering opkeken naar de grote roerganger. De miljoenen zaden in Weiwei's werk zijn echter van porselein. Dat gegeven roept nog een beeld op: dat van 1600 arbeiders in Jingdezhen, de porseleinhoofdstad van China, die een jaar lang elk van de 100-miljoen vormpjes van roomwit porselein in hun hand hebben genomen en er met een paar grijze penseellijntjes zonnebloempitten van hebben gemaakt.

In zijn video’s en de blog, waarop hij van 2006 tot 2009 talrijke teksten en foto’s heeft gepubliceerd, heeft Ai Weiwei zeer uiteenlopende kwesties op cultureel, politiek en maatschappelijk gebied aangeboord en misstanden aan de kaak gesteld. Zo zocht hij de grenzen op van wat het bewind aan kritiek kon verdragen. Sinds zijn hechtenis in de lente van 2011 is zijn actieradius ingeperkt en is het hem vooralsnog niet toegestaan om Beijing te verlaten.