Het begin van een verzameling


Bij de officiële start van De Pont, in september 1992, was het allerminst zeker of ons beleid, dat zich richt op een beperkte groep kunstenaars en op langdurige presentaties van zowel de collectie als tijdelijke tentoonstellingen, een formule zou blijken die bij kunstenaars en publiek op belangstelling en waardering kon rekenen. Tot onze vreugde is dat duidelijk wel het geval en De Pont heeft inmiddels niet alleen in Nederland maar ook internationaal een behoorlijke bekendheid opgebouwd.


Het begin werd gemaakt met twintig kunstenaars, een gezelschap waarmee wij meenden over een redelijke representatie te beschikken van de verschillende houdingen die je onder hedendaagse kunstenaars kunt aantreffen. Dat bescheiden gezelschap is inmiddels, sneller dan verwacht, verdrievoudigd. Het aantal werken in de collectie nam toe met zo'n dertig per jaar, van rond veertig aan het eind van 1992 tot vierhonderdvijftig in 2009. De meeste aankopen worden gedaan uit de tijdelijke tentoonstellingen die we in De Pont organiseren.

De opzet van deze verzameling is eerder intuïtief dan beredeneerd tot stand gebracht, hoewel er diepgaande discussies met het bestuur van onze stichting aan ten grondslag liggen. Zo'n gevoelsmatige aanpak heeft zijn voordelen, maar ook het nadeel dat de samenhang in de collectie langzamer ontstaat dan wanneer je een bepaalde ontwikkeling of generatie kunstenaars volgt. Wij hebben er echter voor gekozen ons niet op een richting of groep vast te leggen, maar onze pijlen in principe te kunnen richten op elke levende kunstenaar die onze aandacht trekt. Van die door ons gekozen kunstenaars willen we op den duur graag over een aantal kenmerkende werken beschikken die inzicht geven in hun gedachtengoed en de wijze waarop dit wordt verbeeld.

 

Verzamelen is een avontuurlijke onderneming omdat er geen waterdichte formule bestaat om te bepalen of iets op langere termijn van waarde zal blijven. Het ontstaan van een samenhang tussen de werken is van veel meer afhankelijk dan alleen een goed gevoel voor de eigen tijd en de daarvoor kenmerkende ontwikkelingen. Edy de Wilde, mijn directeur in de tijd dat ik in het Stedelijk Museum Amsterdam werkte en later bestuurslid van De Pont, had het volgens mij bij het rechte eind toen hij in een van onze gesprekken stelde dat alles van kwaliteit uiteindelijk naar elkaar toegroeit. Ik vind dat een geruststellende gedachte, maar zijn uitspraak biedt tegelijkertijd voldoende uitdaging om met de grootste ambitie verder te blijven werken aan het opsporen en bijeenbrengen van die hoge kwaliteit. 

Hendrik Driessen
directeur